Die keer dat ik begon met haken

Afgelopen winter bekroop me bij een glas Shiraz opeens de dringende behoefte om iets met mijn handen te doen.

Of specifieker: om te leren haken. Het zal er wellicht mee te maken hebben dat het ‘s winters in mijn hoogbejaarde huis altijd bibberkoud was.

Andere aanwijzingen dat dit een goed idee was waren er namelijk niet. Ik sta niet bekend om mijn geduld. Om mijn fijne motoriek en ruimtelijk inzicht trouwens ook niet.

Maar het idee zat in mijn hoofd en moest dus onmiddellijk ten uitvoer gebracht worden, liefst gisteren nog. Er moest een infinity sjaal komen, en rap een beetje.

Waarom een infinity sjaal, geen idee, maar het leek me een goed begin.

In de knutselwinkel regelde ik professioneel gereedschap

Dus toog ik naar de Idee, toch een soort craftjuwelier als je het mij vraagt. Bij mij in Ottensen is dat een beetje een kutwinkel, maar goed. Ze hebben er toch een redelijke wolafdeling.

Daar kocht ik een aardige wol, turkoois, natuurlijk, want dat is nu eenmaal een gave kleur. En een bijpassende haaknaald, niet al te klein (dacht ik, maar daar ging ik toch nog lelijk de mist in – het was maat 5).

Vervolgens kocht ik er een haakboek bij, omdat ik dat project Beginnen met Haken als een pro wilde aanpakken (moeha, roep ik nu). Ik koos voor Der ultimative Häkelkurs für Einsteiger, vooral omdat het er vrolijk uit zag. Ook dat bleek een ongelukkige keuze, maar dat wist ik toen nog niet.

Maar het haakboek bleek een ramp

Vol goede moed sloeg ik thuis het boek open en stelde helaas al snel vast:

1) Voor het opzetten van het garen moet je hebben doorgeleerd. De instructie zorgde voor blinde paniek. Nu moet je weten dat ik in de sportschool altijd degene ben die haar rechterbeen naar voren zet als alle anderen hun linkerbeen naar de zijkant bewegen. Deze instructie gaf me een beetje hetzelfde gevoel.

2) Dit boek bleek bij nader inzien een voorkeur te hebben voor pannenlappen en andere voorwerpen die ik helemaal niet wil hebben, laat staan wil maken. Ik wilde gewoon beginnen met een infinity sjaal.

Dus vroeg ik YouTube om raad

Ik begon het boek als onderzetter te gebruiken en zocht mijn heil bij YouTube, waar ik een recept voor een sjaal vond dat er begrijpelijk uit zag.

Met hernieuwde moed begon ik vervolgens aan de ketting. Dat ging best, maar het was wel een beetje een gepriegel. Al na een paar centimeter begon ik me af te vragen of ik hier bij de eerste rij überhaupt nog steken doorheen zou kunnen priegelen. Hm…

Die naald bleek ook niet te deugen, trouwens

Na 40 cm ketting concludeerde ik dat dat niet mogelijk was en dat het me ook frustreerde.

Haaknaald 5 en dito wol waren duidelijk niet voor mij gemaakt. Ik ging terug naar de knutselwinkel en kocht grover geschut: haaknaald 10 en bijpassende wol, opnieuw in turkoois.

Hittitisch? Een onbekend runenschrift? Nee, haaktaal, ofwel abacadabra in de volksmond

En warempel, de Kapverdenschal ontstond

En verhip, het werkte! Ik haakte erop los en mijn sjaal groeide gestaag. Nuja, aanvankelijk groeide vooral mijn ketting gestaag. Na de ketting slaagde ik erin de twee uiteinden van mijn sjaal aan elkaar vast te haken.

Daarna zette ik de eerste rij op en maakte een stokje. En nog een, en nog een, extatisch van trots over deze nieuw verworven vaardigheid.

Voor iemand die buitengewoon weinig met haar handen kan is het haken van een ketting namelijk al prestatie van formaat, dus als je er dan óók nog drie stokjes op weet te haken, dan weet je dat je een talent in de dop moet zijn, ja toch, niet dan.

(Op 2 van de fotootjes hierboven staat mijn nieuwe wol afgebeeld, fijner dan die van de KV-sjaal.)

Ik nam de sjaal-in-aanbouw mee naar Kaapverdië, waar ik met kerst op wandelvakantie was. Na elke wandeltocht haakte ik een paar steken. De laatste dagen had ik wandelvrij en zat ik op mijn Kaapverdische balkonnetje bij 30°C een dikke wintersjaal te haken. (Dit tot groot vermaak van de buren.)

Aan het einde van de rit was mijn handbagage grotendeels gevuld met een sjaal die beduidend meer woog dan de bolletjes wol die hij ooit was. (Natuurlijk nam ik hem mee in mijn handbagage, want ik kon het risico niet lopen dat mijn meesterwerk zoek zou raken.)

En toen had ik een sjaal!

Eenmaal thuis haakte ik de laatste steken aan mijn sjaal, net op tijd voor de echte kou.

Mijn handen laten meestal dingen vallen, of ze stoten van alles om. En nu was er een sjaal uit diezelfde handen gekomen!

Hij heeft zijn oneffenheden, maar dat maakt me niet uit, want ik heb hem zelf gemaakt. Hij is bijzonder warm.

En ook bijzonder zwaar trouwens, want de wol die ik gebruikt heb bestaat voor 50% uit scheerwol. (Kenners vertellen mij dat dit zware wol is. Uit ervaring kan ik dat nu bevestigen.)

Hij is ook wat lang, want ik heb ongeveer een kilometer door gehaakt. En hij houdt niet van regen. Maar los daarvan: topsjaal, al zeg ik het zelf.

En er volgden nog meer sjaals…

Daarna heb ik nog een col gehaakt volgens het principe ‘van hetzelfde laken een pak’ – zelfde type wol en naald, zelfde model, andere kleuren en andere afmetingen.

In een vlaag van overmoed ben ik vervolgens begonnen aan een volgende col met een fijnere wolsoort. Dat is naald en wol 8. Voor de pro’s is dat nog steeds erg grof, maar voor mij al dusdanig verfijnd dat ik over deze col inmiddels al vier maanden doe…

Nadeel is ook dat ik vooralsnog alleen stokjes kan haken en dat ik ook niet 50 sjaals van hetzelfde model wil hebben. Het volgende project is dus het leren ontcijferen van dit soort runenschriften…

Nieuwe ideeën en patronen, liefst zéér dummy-proof, zijn dus zeer welkom!

Bougainvillea’s (zie balkonfoto hieronder) vond ik overigens zo mooi dat ik ze later, op het balkon van mijn nieuwe huis, ook heb geprobeerd te houden. Zonder al te veel succes…

Plaats een reactie